Betaal-fatsoen of leverancier op rantsoen?


Slechte betalers zijn een groot probleem waar veel ondernemers in Nederland mee kampen. En wat ook de economie ernstig schaadt.

Een ondernemer die een dienst of product heeft geleverd, stuurt een factuur, conform de offerte, eventueel aangevuld met meerwerk. Alles is van tevoren afgesproken, uitgevoerd en afgeleverd. De deadline is gehaald, soms met avond- of weekendwerk. De leverancier is trots op zijn werk, toewijding, en service. Maar dan wordt het een hele toer om de tegenprestatie -lees betaling- te innen.

 

Het begint soms al met opdracht-nummers, die je moet losweken van je contactpersoon. Als dat een part-timer is, ligt je verzoek al minstens een aantal extra dagen te wachten voor er überhaupt notie van wordt genomen.

Als er dan uiteindelijk schoorvoetend aan wordt voldaan, kan de factuur worden verstuurd. Om verzeild te raken in een tweede, nog moeizamer traject, dat van de betaling. Voor je het weet ben je 2 maanden verder. Voor de goede orde: Er zijn ook veel correcte betalers.

Maar er is, in mijn ogen, een goede oplossing voor dit probleem. Het heet, wat ik een “Tussenbank” zou willen noemen. Het plan vereist politieke wil én daadkracht. Haalbaar is het zeker, maar betekent wel een flinke ommezwaai. Hier de opzet van de structuur, ook toegelicht in onderstaande infographic.




 

Elk bedrijf dat bij de Kamer van Koophandel is ingeschreven, wordt verplicht geregistreerd bij de Tussenbank. Daar worden actuele overzichten bijgehouden van de financiële gezondheid en andere relevante data van bedrijven en instellingen. (Gaarne goed beveiligen tegen hackers). Als een leverancier goederen of diensten wil leveren aan een afnemer, kan tevoren informatie ingewonnen worden bij de Tussenbank. En advies inwinnen om met afnemer in zee te gaan, of beter niet.

Als er achteraf betaalproblemen ontstaan, zijn er 2 trajecten:

Traject 1: Leverancier meldt de wanbetaling vergezeld van een factuur-kopie. De afnemer wordt op de hoogte gesteld van de melding, en betaalt aan de Tussenbank het factuurbedrag, alsmede een opslag voor bijkomende kosten. De tussenbank stuurt dan het factuurbedrag door aan leverancier. Omdat de afnemer niet meer gerechtigd is de netto betaling direct alsnog aan de leverancier te voldoen, krijgt deze dus de extra kosten op zijn bord.

Traject 2: Bij uitblijven van betaling aan de Tussenbank binnen de 5 werkdagen-termijn, gaat Tussenbank de betaling aan leverancier voldoen, en onttrekt dit bedrag aan de bankrekening van de afnemer. De banken spelen dus ook een belangrijke rol. Ook worden bijkomende kosten berekend, en  een extra boete. Dat boetebedrag gaat voor 50% naar de leverancier, ter compensatie, en 50% naar de Tussenbank. De Tussenbank beheert die bedragen en betaalt daarmee haar kosten. Er komt ook een fonds om leveranciers (deels) te compenseren die slachtoffer zijn van bv. faillissementen.

Ik kan me voorstellen dat er veel haken en ogen zitten aan dit idee, maar er moet iets gedaan worden aan dit al decennia lang voortslepende euvel. Door versnippering ontlenen incassobureaus hun bestaansrecht slechts aan een passieve overheid, die het allemaal maar laat gebeuren. Ondanks de duidelijk aantoonbare economische schade. die vooral het midden- en kleinbedrijf nekt.

 

Door Jan van Dongen, Studio Omega. Illustrator, visualiser en blogger. Redenerend vanuit een gezond verstand,

een vleugje humor en een vooruitziende blik.